Vorig jaar heb ik twee nieuwe azalea’s gekocht.
Foto

Ik heb nu vijf azaleas.

Ik wil ze graag snoeien in de vorm van heuveltjes. In het engels noemen ze het “cloud pruning”. Maar als ik aan  cloud pruning denk, denk ik meer aan de tuin van de Belgische tuinarchitect Jacques wirtz.

Heel mooi, maar ik wil geen wolken maar heuvels, zoals in de tuin van het Adachi museum.

H is bang dat ik de tuin zal veranderen in een “Teletubbie tuin”. Maar ik streef meer naar iets zoals de The Irish Sky Garden van Diarmuid Gavin op de Chelsea Flower Show van 2011 of  de The Laurent-Perrier Garden van Tom Stuart-Smith op de Chelsea Flower Show van 2010.

Maar dan met een Japans tintje.
Foto


Ach, was het maar...

 
 
De gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) is altijd de laatste plant in de tuin die bladeren krijgt.
Foto


Eerst verschijnen de zaailingen.

Gelukkig zijn er dit jaar veel minder zaailingen dan vorig jaar. Maar ze groeien ook dit jaar op de vreemdste plaatsen.

Foto


Tegelijk met de bladeren komen ook de bloemen.

Foto

 
En de bladluizen.

Foto

Ik las dat de bladluizen een belangrijke voedselbron zijn voor koolmeesjes.


Foto

Ook las ik dat het aantal regenwormen in de tuin toeneemt door het bladafval van deze esdoorn.

Toch zou ik niemand aanraden deze boom in de tuin te planten. Ik zou veel eerder kiezen voor een Japanse esdoorn.

 
 

Als op een plantenlabel staat:

- groeit overal;
- breedte onbeperkt;
- vermeerderd zich door uitlopers

dan weet je al dat het niet verstandig is om die plant te kopen. Vooral niet als je een kleine tuin hebt, zoals wij.
Foto


Bamboe staat bekend om zijn opdringerig karakter.

 Maar er zijn er nog veel meer planten met een sterke uitbreidingsdrang.
Neem nou de Japanse holpijp (Equisetum japonicum). Die staat heel mooi naast de vijver. Maar als je niet uitkijkt, wandelt hij de hele tuin door.
De gewone eikvaren (Polypodium vulgare) ziet er ook heel onschuldig uit. Maar die plant moet ook voortdurend in de gaten worden gehouden.

Nu heb ik er weer niet goed opgelet.

Ik zag een adelaars-varen (Pteridium aquilinum) bij het tuincentrum. Volgens het label kan hij 1,20 hoog worden en groeit hij overal. Ik las dat en dacht: ideaal.
Foto


Ik zag de mooie nieuwe bladeren en dacht: die koop ik.

Dom, dom, dom! Nadat ik hem had geplant, zag ik op het internet wat ik had gekocht.

Ik las: "its invasive, weedy nature". En: "The rhizome can occasionally be very deep; cases of one meter are known." En ik dacht: aargh!!!
Foto


Dus nu heb ik hem verplaatst naar een plek waar tot nu toe niets wilde groeien.

Kijken of hij werkelijk overal groeit.

 
 

Met helleborussen heb ik niet veel succes. Ik heb diverse gekocht in de loop der jaren.
Maar er is er maar één die ieder jaar bloeit.
 
Daarom heb ik een boekje over helleborussen gekocht.
Het heet ‘Hellebores’ en is geschreven door Graham Rice. Het is een dun pocketboekje. Maar het is opmerkelijk uitgebreid.

Ik dacht altijd dat helleborussen typische schaduwplanten waren. Maar volgens het boek is er wel een helleborus te vinden voor iedere situatie.

In het hoofdstuk ‘Hellebores in the garden’ staat een handig overzichtje met de eigenschappen van de diverse helleborussen. Er is zelfs een 'Hellebore for idiots' (Helleborus x nigercors). Misschien moet ik die proberen. Of anders Helleborus x strernii. Die is ‘best all-year-round’. Helleborus x ericsmithii is volgens het boek een betrouwbare plant voor alle seizoenen.

Het boekje is rijk geïllustreerd. Maar toch miste ik soms een foto of tekening ter verduidelijking van de tekst, vooral in de introductie.

Het hoofdstuk ‘How to grow Hellebores’ begint met de mededeling dat helleborussen  niet moeilijk te kweken of te houden zijn. Dus ik begon nogal sceptisch met lezen, gezien mijn ervaring met helleborus;
veel blad en geen bloemen.

Maar na het lezen van de duidelijke beschrijving was ik ervan overtuigd dat mooie gezonde helleborussen voor iedereen haalbaar zijn.

Ze houden er niet van om  te worden opgegraven en opgedeeld. Dus vóór het planten moet de grond goed worden voorbereid (bijvoorbeeld met champignoncompost) en daarna moet de plant de komende jaren met rust worden gelaten. Datzelfde hoofdstuk verduidelijkt ook heel uitgebreid, met tekeningen, hoe helleborussen kunnen worden vermeerderd door zaaien of opdelen.

Het onderdeel over ziekten en plagen begint met de mededeling dat helleborussen relatief probleemloos zijn. Vervolgens worden, in vier en een halve bladzijde, elf ziekten en plagen, waaraan helleborussen kunnen lijden, opgesomd. Een beetje vreemd. Gelukkig wordt ook beschreven hoe die problemen kunnen worden voorkomen of opgelost.

In het hoofdstuk ‘Choosing your Hellebores’ worden alle soorten beschreven. Van elke plant wordt de hoogte en breedte, de plantafstand en de winterhardheid zone  gegeven. Het zou helemaal mooi zijn als er van iedere plant ook een foto werd getoond. Maar als dat zo was, dan zou het niet zo’n compact handzaam boekje zijn.

In het laatste hoofdstuk staat allerlei handige informatie over boeken, tuinen, leveranciers en websites.

Ik heb maar één kritiekpuntje op dit boek: het boek raadt muizenvallen aan, omdat muizen graag zaden van helleborus eten. Afgezien daarvan, kan ik het boek aanbevelen.
NB: Voor andere tuinboek besprekingen, verwijs ik naar de meme van Roses and Other Gardening Joys.

 
 
 
 

Het bloeit in het voorjaar en eindigt op a …
Azalea
Camelia
Hepatica
Skimmia

Vroeg in het voorjaar lijkt het of alles in de tuin in bloei staat.

Het duurt maar een paar weken. Daarna  is alles weer overwegend groen.


 
 

Een paar jaar geleden kregen wij een padje en een kikker cadeau.
Wij dachten dat het geen kwaad kon. Want één kikker en één pad kunnen zich samen niet vermenigvuldigen.

Maar ze hebben blijkbaar elk toch ergens een partner gevonden. Want nu hebben we heel veel padden en kikkers in onze tuin. Te veel eigenlijk. En ze kunnen niet weg; onze tuin is geheel ommuurd.
Recente activiteiten in de vijver doen vermoeden dat er weer een geboortegolf op komst is.

Dus als er iemand een paar padden wil hebben…

 
 

Eindelijk is de temperatuur weer aangenaam.

Picture

De lieveheersbeestjes komen weer tevoorschijn.

Picture

En de Hepaticas beginnen te bloeien.

Ik ben blij om weer in de tuin te mogen werken.

Picture

De padden waren minder blij dat ze tijdens hun winterrust gestoord werden.

Deze keek nogal venijnig uit zijn ogen. Of verbeeld ik mij dat?

Picture

De vissen zijn al heel actief.

Dat is niet zo slim van ze.

Picture

Want nu de bomen nog kaal zijn, zijn ze een duidelijk zichtbare prooi voor overvliegende reigers.

Twee jaar geleden zijn we daardoor alle vissen verloren.

Dat was heel jammer. Vooral voor de vissen.

 
 

In februari was er een televisieserie op de BBC. De serie heette ‘Bees, Butterflies and Blooms’.

In deze serie probeerde Sarah Raven de mensen ervan te overtuigen dat ze meer rekening moeten houden met bijen en andere bestuivende insecten bij het beplanten van particuliere en openbare ruimten.
Picture

Ik voelde mij een beetje schuldig want er bloeien weinig bloemen in onze tuin.

Onze tuin is overwegend groen; groen is mijn favoriete kleur. Mos groen.

Een wilde bloemenweide past niet in onze tuin.

Gelukkig zag ik op de ‘RHS Perfect for Pollinators plant list’ dat ook veel bomen en struiken nuttig zijn voor insecten. Zo heeft onze tuin is toch ieder seizoen iets te bieden.
Picture

In de winter Galanthus

Picture
en Helleborus.

In het voorjaar Acer pseudoplatanus,
Picture
Acer japonicum,

Picture
Acer palmatum,

Picture
Enkianthus en Skimmia.

Picture

In de zomer Kalmia,

Picture
Sorbus en Viburnum.

Picture

In de herfst Actaea.

We hebben wel meer bloeiende planten. Maar die komen niet op de lijst voor. Waarschijnlijk niet nuttig genoeg.

Misschien kan ik een wilde bloemenweide maken op het dak van de keuken.

 
 

De sneeuwklokjes staan weer in bloei. Zoals ieder jaar tussen midden februari en begin maart.

Wist je dat:



  • De meeste sneeuwklokjes sterk geurende bloemen hebben.
  • De volledige ontwikkeling van de bladeren van sneeuwklokjes pas plaatsvindt na de bloei.
  • In grote delen van midden en zuid Europa en het westen van Azië sneeuwklokjes in het wild groeien .
  • Sneeuwklokjes pas in de negentiende eeuw populair werden.
  • De meeste sneeuwklokjes cultivars bij toeval zijn ontstaan.
  • De tekening aan de buitenkant van de binnenste bloemblaadjes en de manier waarop de bladeren zijn gerangschikt (vernation) de belangrijkste kenmerken zijn voor identificatie van sneeuwklokjes.
  • Galanthofielen (Galanthophiles in het Engels) over sneeuwklokjes praten tijdens 'sneeuwklokjes lunches'.
Ik had geen idee. Maar nu ben ik op de hoogte.
Dank zij het boek ‘Snowdrops A Monograph of Cultivated Galanthus’, door Matt Bishop, Aaron Davis en John Grimshaw.

Het was de bedoeling van de auteurs dat het boek kon dienen als een betrouwbaar naslagwerk voor tuiniers die sneeuwklokjes wilden identificeren. Daarnaast wilden ze de feiten over de oorsprong van iedere cultivar zo nauwkeurig mogelijk vastleggen. Wat mij betreft zijn ze daarin geslaagd.

Picture
In het eerste hoofdstuk worden alle onderdelen van het sneeuwklokje met behulp van mooie duidelijke tekeningen geïllustreerd. Aan de hand daarvan en met behulp van de duidelijke beschrijvingen en de mooie foto’s van de verschillende sneeuwklokjes in de volgende hoofdstukken, is identificatie goed mogelijk.

In hoofdstuk 4 t/m 9 worden alle cultivars beschreven. Het is interessant om te lezen waar de cultivars vandaan komen en waar ze hun naam aan te danken hebben. Ik heb niet alle beschrijvingen gelezen. Het zijn er teveel. Maar de volgende keer dat ik van plan ben om sneeuwklokjes te kopen, zal ik zeker eerst dit boek raadplegen.

Hoofdstuk 10 gaat over het kweken van sneeuwklokjes. Heel duidelijk wordt beschreven hoe sneeuwklokjes kunnen worden vermeerderd door twin-scaling, door zaaien, of door deling (iedere twee jaar, zodra de bladeren afsterven, opgraven en herplanten). Daarnaast behandelt dit hoofdstuk plagen en ziektes waaraan sneeuwklokjes kunnen lijden, zoals slakken, larven van de narcissenvlieg, mensen, virussen en andere enge dingen. Sneeuwklokjes schijnen minder last van muizen te hebben dan andere bolgewassen.

Hoofdstuk 11 vertelt over bekende, overleden galanthofielen en hoofdstuk 12 over het behoud van sneeuwklokjes en hun natuurlijke omgeving. Omdat sneeuwklokjes zo populair zijn, worden er miljoenen bloembollen per jaar uit de natuur gehaald, zowel legaal als illegaal.

Tenslotte bevat het boek ook een opsomming van bedrijven over de hele wereld die sneeuwklokjes verkopen en ook een woordenlijst.

De laatste druk van het boek is uit 2006. Ondertussen zijn er heel veel nieuwe cultivars bijgekomen.  In 2012 komt er waarschijnlijk een nieuwe druk met nog meer cultivars. Voor de ware galanthofiel.
Ik ben geen galanthofiel. Maar ik ben wel blij dat overal die kleine witte bloempjes bloeien, in deze tijd dat het buiten overal kaal en koud is. En ik ben blij dat ik dit boek gekocht heb. Het vertelt alles wat ik ooit over sneeuwklokjes had willen weten. Ik wou dat er ook een boek als dit was over Hepaticas...

NB: Voor andere tuinboeken besprekingen, verwijs ik naar de meme van Roses and Other Gardening Joys.

 

Create a free website with Weebly